Met 7 haiku’s op weg naar Pasen

In deze 40 dagentijd pakt Vincent Duindam elke week een haiku uit zijn  bundel Dochters (Lannoo, Tielt, 2004) en koppelt hier een  minireflectie aan. Een pelgrimage naar Pasen, op weg gaan, wat laat je achter, wat neem je mee, hoe kom je aan ‘aan de andere kant’.   

telkens bekijkt ze       

de oude fotoalbums       

-ze gaat uitvliegen.        

Veertien jaar geleden verliet onze oudste dochter het ouderlijk huis. Uitvliegen, op eigen benen staan. De maanden ervoor bladerde ze herhaaldelijk door de oude fotoalbums.  Ze voelde de basis -en ze vertrok. Elkaar in vertrouwen loslaten en na verloop van tijd op een andere manier weer kunnen vastpakken.        

mijn oude vader,       

hij klimt voor mij de trap op       

– brengt zijn zelfhulpboek.       

Ooit voelde ik me bezwaard en piekerde over mijn werk. Mijn vader, al oud, hij liep niet meer makkelijk, herkende mijn problemen. Hij ging op zoek naar een boek dat hem indertijd geholpen had. Ik was ontroerd toen ik zijn aantekeningen en uitroeptekens in het boek zag. Het klonk als de Bergrede: piekeren voegt niets toe.  Een reisgenoot.   

 een komen en gaan    

-kaarsjes in de rouwkapel-    

men blijft er maar kort.    

Vaak zit ik een tijdje in de kapel op Begraafplaats St. Barbara. Mensen komen binnen. Aarde aan hun schoenen. Ze knikken. Steken een kaarsje op. Een heel klein kindje lacht stralend naar me. De bank waarop ik zit draagt veel. Verdriet van mensen.    

 mijn zieke dochter,      

pas nu ik kom stofzuigen     

durft ze te slapen.      

Ook thuis kun je je onthand, vervreemd voelen, niet lekker in je vel. Ver van huis. Een vertrouwde aanwezigheid, vertrouwde geluiden, kunnen dan helpen om die kramp los te laten. Om je weer geborgen te voelen.     

“pap, ik vind je stom”,   

staat er op haar briefje, en:   

“schrijf je me terug.   

Onderweg kom je van alles tegen. Ook relaties kunnen onverwacht een struikelblok lijken. Een impuls kan dan zijn om het contact te verbreken. Onze jongste dochter kon pas net schrijven, maar ze leert ons: spreek je eerlijk uit en behoud het contact. 

palmpasenstokken   

wekken onze kamer op   

-hun dragers slapen.   

Overdag liepen ze met de vrolijke stokken door wind, hagel en zonneschijn. En op bezoek in het bejaardentehuis.

een kerk als een huis,   

ik hoor mijn vader’s stem weer   

-zijn arm om me heen.   

We zaten samen. De kinderen ‘moesten’ mee naar de kerk. Toch voelde ik ergens al aan hoe kostbaar deze momenten waren. Zijn resonans.

About Author